In de jaren ’50 en ’60 maakte Philips binnenverlichting die zowel functioneel als stijlvol was.
Bekende ontwerpers zoals Louis Kalff, Jac. Jacobsen en Andries Copier werkten in die tijd samen met Philips aan innovatieve lampen en verlichtingsconcepten.
Hun ontwerpen combineren eenvoud, elegantie en vakmanschap, en vormen nog steeds een inspiratiebron voor liefhebbers van retro en vintage verlichting.
Verschillende Verlichtingsstijlen
Philips stond bekend om haar veelzijdige lampen in de jaren ’50 en ’60, ontworpen om verschillende sferen en functies te bedienen.
Zo waren er lampen voor:
Diffuus licht – zacht, gelijkmatig verspreid licht voor een warme, aangename sfeer.
Direct licht – gefocust licht voor werkplekken of leeshoeken.
Halfindirecte verlichting – licht dat deels naar boven en deels naar beneden schijnt, ideaal voor zowel sfeer als functionaliteit.
Indirecte verlichting – het licht wordt via muren of plafonds verspreid, voor een zachte en diffuse ambiance zonder harde schaduwen.
Glas en Materialen
Philips gebruikte in de jaren ’50 en ’60 verschillende soorten glas om de verlichting zowel functioneel als decoratief te maken. Zo waren er:
Helder glas – voor direct en strak licht, vaak bij tafellampen en bureaulampen.
Mat glas / melkglas – voor diffuus licht, zodat de verlichting zacht en gelijkmatig wordt verspreid.
Gesatineerd of geperst glas – vaak met decoratieve patronen of structuren, voor een elegante uitstraling en subtiele lichtverspreiding.
Kleurglas – soms toegepast voor accentverlichting of sfeervolle effecten.
Armaturen en Materialen
Bij Philips-lampen uit de jaren ’50 en ’60 werden hoogwaardige materialen gebruikt voor armaturen, vaak gecombineerd met het innovatieve glaswerk:
Metaal – veelvuldig toegepast voor lampvoeten, frames en ophangingen; vaak geverfd of verchroomd voor een strakke, duurzame afwerking.
Aluminium – lichtgewicht en corrosiebestendig, ideaal voor hanglampen en moderne ontwerpen.
Messing – werd gebruikt voor elegante details en schakelaars, vaak gepolijst of vernikkeld.
Hout – af en toe toegepast voor een warme, natuurlijke uitstraling, vooral bij staande lampen of tafellampen.
Kunststof – in sommige modellen voor onderdelen of diffusers, vooral in latere jaren ’60 voor experimentele designs.
In de jaren ’50 en ’60 combineerde Philips functioneel design met hoogwaardige materialen en diverse verlichtingstechnieken. Met variatie in lichtsoorten – direct, diffuus, halfindirect en indirect – gecombineerd met helder, mat, gesatineerd of kleurglas en armaturen van metaal, aluminium, messing, hout of kunststof, ontstonden lampen die zowel praktisch als stijlvol waren. Deze tijdloze ontwerpen zijn duurzaam, functioneel en maken nog steeds een elegant esthetisch statement in elk interieur.